Start in 5 stappen met Google Tag Manager

In ons vorige blogbericht: Google Tag Manager – Tags, triggers, variabelen, … help! hebben we reeds laten vallen hoe leuk het zou zijn om marketingtools en -software te kunnen installeren en uitproberen zonder dat je daar iemand voor moet lastigvallen. Nu we weten wat tags, triggers en variabelen zijn, kunnen we beginnen aan de installatie van Google Tag Manager.

1. Maak je Google Tag Manager Account aan

Alles start met het aanmaken van een account. Heb je reeds een Google-account? Log je dan simpelweg met deze account in op deze pagina.

Account toevoegen

Container instellen binnen Google Tag Manager

Je eerste container is gemaakt, op naar de volgende stap!

2. Plaats de containercode op je website

Nu moet je de code online plaatsen. Dit is de laatste keer dat je een developer of je IT’er moet lastigvallen.

Je kan het natuurlijk ook zelf doen aan de hand van de instructies die Google je geeft, zoals in het voorbeeldje hieronder. Let er wel op dat je de code plakt op ELKE pagina van je website.

Instructies om Google Tag Manager code te installeren op je website

3. Maak je eerste Tag aan in de container

Nu kan de pret beginnen. Meestal is de eerste tag die je aanmaakt de tag van Google Analytics. Laten we dit dus samendoen.

Een nieuwe tag toevoegen in Google Tag Manager

Zodra je klikt op ‘Een nieuwe tag toevoegen’ verschijnen er twee vakken. We gaan ons eerst bezig houden met de tagconfiguratie, hier bepaal je welke code je wilt aanmaken en nadien buigen we ons over de triggers.

Tag configuratie en Trigger configuratie binnen Google Tag Manager

Zodra je klikt in het vak van tagconfiguratie, schuift er een nieuw scherm uit de rechterkant van je scherm. Hier kan je het type tag bepalen. Kies nu voor ‘Universal Analytics’

Soorten Tag Type binnen Google Tag Manager

De volgende stap is het bepalen van het soort trackingtype, kies voor het standaardtype: Paginaweergave. Hierdoor creëer je een soort van standaard Google Analytics trackingscode.

Tag configuratie van Google Analytics

Onder Google Analytics-instellingen ga je een nieuwe variabele moeten aanmaken. Zodra je hierop klikt, kom je terecht op volgend scherm:

Instellen van Google Analytics ID als variabele binnen Google Tag Manager

Vul onder ‘Tracking-ID’ de ID in van je Google Analytics property. De overige instellingen laat je even voor wat ze zijn. Vervolgens klikken we op ‘triggers’ en kiezen we wanneer de tag moet activeren en wanneer het dat niet moet doen. Voor Analytics raden we aan om in het begin te kiezen voor de eenvoudige trigger ‘alle pagina’s’.

Dan zijn we bijna klaar. Klik op ‘opslaan’ rechtsboven op je scherm.

Opgelet, je tag staat nog niet online!

4. Test de tag in preview mode

Om er zeker van te zijn dat je tag goed werkt, kun je hem eerst controleren op eventuele mogelijke problemen. Dit kan makkelijk door te klikken op ‘voorbeeld’ in de balk bovenaan. Op het eerste gezicht lijkt er niets veranderd, maar open nu een nieuw tabblad en surf dan naar je eigen website. Onderaan je scherm krijg je onmiddellijk een mooi overzichtje van alle tags en variabelen op die pagina. Als alles goed gegaan is kan je nu de Google Analytics-tag zien onder het titeltje ‘Tags fired on this page’. Zie je het niet? Dan heb je waarschijnlijk een foutje gemaakt in de keuze binnen het triggermenu.

Sluit nu de voorbeeldmodus.

5. Publiceer de tag

Je tag is niet geactiveerd zolang je niet op de knop ‘Verzenden’ hebt geklikt in de rechterbovenhoek van je scherm. Schrijf nog vlug een kleine beschrijving over wat je hebt gedaan en klik op publiceren.

Je eerste tag staat online!

Wat hierna?

Dit is slechts één tag, een kleine stap in de wereld van Google Tag Manager. Nu kun je meer gaan meten: conversies, mouseflows, transacties, het effect van een nieuwe call-to-action knop, gebeurtenissen, ...